In het hbo zien we het dagelijks om ons heen. Studenten zijn vaak sterk gericht op hun toetsen. Soms gaan ze alleen naar colleges als ze denken dat ze een toets dan beter zullen maken en in plaats van het lezen van boeken stampen ze samenvattingen. Kijken we breder, dan zijn leerlingen overal in het onderwijs dagelijks bezig met het invullen van werkboekjes, al dan niet via de computer, het leren van woordrijtjes en het inprenten van feiten. Gaat het daarbij om echt leren? Om leren dat er toe doet, om leerprocessen die leiden tot duurzame verankering in de hersenen en flexibele bruikbaarheid in andere situaties? Of is dit alleen maar 'leren voor de bühne'? Leren voor dat ene proefwerk? Leren van stof die je de volgende week alweer bent vergeten?
Bij onderwijsinnovaties moeten we altijd de vraag stellen of ze bijdragen aan echt leren. En ook bij de inzet van ICT is het belangrijk dat we die vraag stellen. Wanneer draagt ICT werkelijk bij tot leren? En wanneer zorgt het juist voor afleiding van het leerproces? Leidt software tot werkelijk leren of is het alleen een vertaling van ineffectieve werkvormen uit methodes? Zorgt de verslavende werking van internet niet juist tot leerproblemen? En leiden sommige ineffectieve internettoepassingen in de klas niet tot verdringing van effectievere werkvormen? Zowel bij onderwijsinnovaties als bij ICT-inzet is de leraar de essentiële factor voor werkelijk leren. Het is de leraar die vormgeeft aan onderwijsinnovaties en die ICT-toepassingen beredeneerd invoert. Het is de leraar die met zijn pedagogisch/didactisch handelen de effectiviteit bepaalt van onderwijsinnovaties en van ICT gebruik voor het leerproces.
De lectorale rede van Anneke Smits is te lezen via: https://www.windesheim.nl/onderzoek/onderzoeksthemas/educatie/onderwijsinnovatie-en-ict